de slag om Diksmuide ..

Op 19 oktober 1914 krijgt het 12-de Linie, onder leiding van kolonel Jacques, het bevel de Franse troepen "les Fusilliers Marins" (van Admiraal Ronarc'h) aan te vullen die te Diksmuide in de loopgraven liggen.

Het 12-de Linie, II° Bataljon, 4° Compagnie , 3° peloton, met adjudant Nogadère als overste neemt stelling aan de westkant van het kerkhof van Diksmuide.
Het 1-ste en 2° peloton der Compagnie liggen aan de oostkant, richting Esen in open en afgedekte loopgraven. De Franse Marine Fuseliers liggen aan weerskanten van de steenweg naar Woumen - Ieper, ten zuiden van Diksmuide.
De kerkhofmuur dient als borstwering voor een loopgracht die erachter is aangelegd.

Louis Comhaire, korporaal in de eenheid van Joseph, schrijft voor deze dag :

Voorposten worden uitgezet, schildwachten worden geplaatst en steeds wordt er gepatroeljeerd.
De nacht is tamelijk kalm, terwijl een fijne regen valt. Gans de nacht hoort men hevig geknetter der mitrailleuses ten noorden van Diksmuide, terwijl de stad hevig wordt beschoten. Ten allen kant ontstaan er vuurhaarden, die de hemel in een rosse gloed doet veranderen.

       (Comhaire L. "Oorlogsbelevenissen. Hij en anderen tijdens 1914-1918" Deel I, p.127)

Van 20 tot 23 oktober krijgt het 12-de Linie een korte rust te Kaaskerke en wordt ze op deze stellingen afgelost door het 11-de Linie.
Op 23 oktober in de namiddag komt het bevel voor Joseph's eenheid zich terug naar Diksmuide te begeven en opnieuw de stellingen te gaan bezetten die ze op 19 oktober innamen. Het is reeds half duister als het 3° peloton opnieuw naar het kerkhof gaat waar aan de voorkant , gelijklopend met de steenweg naar Woumen, ook de Franse Marine Fuseliers liggen. Het 1° en 2° peloton trekt zuidelijker , links van de steenweg die loopt naar Woumen, dicht bij het "Witte Kasteel" van Woumen.

Belgische stellingen van het 12-de Linie, II° Bataljon :

                 

De in het rood gekleurde cirkel toont waar de 4° Comp / II° Bataljon van Joseph stelling had genomen: ten zuiden van Diksmuide, aan de steenweg naar Woumen, ter hoogte van het kerkhof.

De Belgische stellingen liepen als in een boog vanaf de weg naar Woumen in de richting van de spoorweg (in volgorde verdedigd door de 4° Cie van het II°, naast hen de 2° Cie , dan de 3° Cie, en dichtbij de spoorweg tenslotte de 1° Cie van het II° Bataljon)

Op 24 oktober , vanaf de vroege morgen, liggen de Belgische linies ( en de Franse Marine Fuseliers) onder hevig Duits artillerievuur, waardoor de soldaten van de 4° Compagnie in de voorste loopgraven verplicht zijn zich achteruit te trekken tot achter de vernielde muren van stukgeschoten huizen.

Op onderstaand kaartje van Diksmuide (ingekleurd en aangevuld), gepubliceerd in "Der Grosse Krieg" - "Der Sclacht an der Ysser und bei Ypern im herbst 1914", 1918, Didenburg I., blz 81 - wordt de aanval der Duitse troepen weergegeven :

                 

Op te merken bij dit Duits kaartje is de tekst die vanonder vermeld wordt : (vrij vertaald)
"Het actieterrein rond Diksmuide was door de regen van de voorbije dagen bijzonder moeilijk.
Het Handzame-kanaal dat door de overvloedige regen veel water afvoerde, verdeelde het in Oost-Westelijke richting in twee stroken, waarvan de Noordelijke bijzonder zompig en zwaar te doortrekken was."

Dit bewijst dat de Duitse legerleiding het stijgende waterpeil aanvankelijk toeschreef aan de regenval en aan de beschadigingen van de dijken van het kanaal door artilleriebeschieting, en door gebrek aan inzicht het waterbeheer in de polders en het sluizencomplex van Nieuwpoort geen aandacht gaf. Deze kapitale vergissing zou hen duur te staan komen en bepalend zijn voor het latere verloop van de oorlog ...

24 oktober in de namiddag :

Plots houdt de vijandelijke artillerie op met het beschieten van de Belgische loopgraven want het Duitse "Reserve Infanterie-Regiment nr.202" gaat in de aanval.
Het is dan 13.00 uur , en ondertussen zijn de Belgische loopgraven echter opnieuw bemand door de 4° Compagnie. Hevige vuurgevechten tussen beide frontlinies breken los, de Belgische loopgraven houden goed stand, zodat om 13.30 u door de Duitse legerleiding bevolen wordt dat de "Brigade Teetzman" eveneens moet oprukken.

Gans de namiddag van 24 oktober en de nacht van 24 op 25 oktober zijn er Duitse aanvallen vanuit Esen richting kerkhof en steenweg naar Woumen.
Korporaal Louis Comhaire schrijft in zijn dagboek :

Alle stellingen worden voortdurend, dan hier, dan daar door woest opgejaagde Duitse horden aangevallen.
Elf maal rukten ze op tegen de stellingen van het I-ste batailjon, vijftien maal rukten ze op tegen de stellingen van het IIe batailjon, zes en twintig maal stonden Frans-belgische strijders als een onoverwinnelijke rots het Duits gebroed in de weg. Alle Duitse aanvallen werden afgeslagen.


Comhaire vervolgt :

Dan werd het stil. Geen tromgeroffel meer, geen klaroengeschetter, geen wilde zegekreten meer, het werd stil.
Als de klaarte van de dag is doorgebroken, dan eerst beseft men het afschuwelijke van de nacht van 24 op 25 oktober, dan eerst beseft men de verschrikkelijke nederlaag der Duitse horden.

       (Comhaire L. ,op.cit., Deel I, p.153)

De stilte is slechts van korte duur : nog diezelfde morgen van 25 oktober wordt het kerkhof en de omgeving van de Woumenweg opnieuw zwaar onder vuur genomen door de Duitse artillerie. De omgeving van het door de Duitsers bezette " Witte kasteel" (gelegen schuin tegenover het kerkhof, ook gekend als :"Esenkasteel", "Ruysschers kasteel", "De Witte torre") wordt de inzet van een verbeten strijd.
Een gruwelijk schouwspel moet zich hebben afgespeeld op het kerkhof, Comhaire getuigt hierover :

Grafzerken worden verpulverd, terwijl de stukken arduin en marmer in de ronde worden geslingerd om dood en vernieling te zaaien. Graven worden omgewoeld, beenderen, doodshoofden van begraven lijken worden door de kracht der in de grond ontploffende obussen in de lucht geslingerd.

       (L.Comhaire, op.cit., Deel I, p.155)

Na hevige vuurgevechten, en ondersteund door zwaar kaliber Franse artillerie, worden de Duitse aanvallen afgeslagen en wordt het "Witte Kasteel" door de Franse Fuseliers Marins veroverd. In de namiddag van diezelfde dag (25 oktober) wordt het 12-de Linie afgelost op hun stellingen door het 11-de Linieregiment.
Wanneer de avond valt verzamelt het 12-de Linie aan de brug over de IJzer te Kaaskerke, waar bevel wordt gegeven "in réserve" te blijven.

Daar liggen zij, de uitgeputte, vermoeide krijgers van Diksmuide, half versteven van de koude en nog steeds uitgehongerd, daar nergens enig voedsel of warm drinken te bekomen is..
Met hoopjes zijn zij tegen elkaar aangekropen om zich enigzins te kunnen verwarmen, tijdens de uren van een mogelijk inslapen, want ginds aan de IJzer buldert onophoudelijk het kanon en mitrailleurvuur. Vuurgloeden stijgen steeds ten allen kanten op, terwijl Diksmuide in vlammen opgaat.

       (L.Comhaire L. op.cit., Deel I, p.138)

Voor zijn deelname aan de slag aan de IJzer te Diksmuide van 17 tot 31 oktober 1914 verkreeg Joseph na de oorlog de "IJzermedaille" ( zie bij "Eretekens").
Deze medaille werd enkel gegeven aan de soldaten die tussen 17 en 31 oktober deel uitmaakten van het leger strijdend aan de IJzer en er "uitmuntend hadden gevochten".

naar Boven