De Slag van Londerzeel - Blauwenhoek :

Na de terugtocht uit Luik kwam het 12-de Linie samen met het Belgische veldleger dat zich terugtrok naar de fortengordel rond Antwerpen, achtervolgd door de Duitsers.
Op 20 augustus was er een frontlijn gevormd die liep over Aarschot , Leuven (Pellenberg), Vilvoorde, Wolvertem, en verder naar het Zuiden, richting Bergen :

       

Op 24 augustus kantonneert de eenheid van Joseph te Waarloos en wordt in de loop van de volgende dagen weg en weer gestuurd in kampement via Walem richting Mechelen, en dan terug naar Waarloos - naar Duffel - en terug naar Waarloos.
Korporaal Comhaire, van Joseph's eenheid, vraagt zich hierover in zijn dagboek af of dit niet is " om de troepen te harden ? ..."
Op 27 augustus is er op het kruispunt van de steenweg Waarloos - Duffel een schouwing van de troepen door kolonel Jacques, bevelhebber van de 3-de Legerdivisie. Bij deze plechtigheid vinden de officiële bevorderingen plaats van :
Majoor Collyns van het II° Bataljon tot Luitenant-Kolonel,
Kapitein Grossmann tot Commandant,
en van soldaat Lange, de soldaat die te Luik (Brug van Wandre) het Duitse Mecklenburgse vaandel veroverde, tot ridder in de Leopoldsorde.

Begin september, na eerst een inkwartiering in de papierfabrief van "De Smet-De Naeyer" te Duffel, die door de soldaten al vlug tot "de Vlooienfabriek" wordt omgedoopt wegens het aanwezige ongedierte, neemt het regiment van Joseph kantonnement te Walem om in de omgeving loopgraven aan te leggen om de verdediging van de stad Antwerpen te versterken. Van 14 tot 24 september is er rust voor het regiment te Duffel en te St.Katelijne-Waver, waar op 24 september op de Grote Markt voor Koning Albert een défilé wordt gehouden.

Vanuit de fortengordel rond Antwerpen zal het Belgische leger de naar Frankrijk oprukkende Duitse troepen aanvallen. Daardoor zal de Duitse legerleiding verplicht worden om troepen in het Noorden te laten en zou de slagkracht van de Duitsers in Frankrijk kunnen afgezwakt worden. Noch de eerste uitval uit Antwerpen van 24 augustus, noch de tweede van 9 tot 12 september 1914 kon echter de Duitse aanvoer van troepen naar de Marne stopzetten.
Ook de derde uitval uit Antwerpen van 26 september mislukte : het niemandsland ten zuiden van de spoorlijn Mechelen-Dendermonde werd door de Duitsers bezet.
Het gebied ten Noorden van de spoorweg en de spoorwegberm zelf blijft tot
28 september verdedigd door de Belgische troepen. Dan beslist de Generale Staf de bewaking en verdediging van de spoorlijn op te geven. Ze hadden immers besloten om Antwerpen niet te verdedigen en het veldleger naar de IJzer te laten ontsnappen om daar bij de geallieerden in Noord-Frankrijk aansluiting te zoeken. De forten werden in staat geacht om lang genoeg stand te kunnen houden om dit plan te laten lukken.
Inmiddels had de Duitse legerleiding echter beslist Antwerpen wél aan te vallen, omdat hun opmars aan de Marne door de geallieerden tot staan werd gebracht.

Joseph Hens in de loopgracht van "Grote Wacht 4" :

De eerste Belgische verdedigingslinie werd gevormd door de "Grote Wachten" die zich ten Noorden van de spoorweg in het veld hadden ingegraven.

Korporaal Louis Comhaire schrijft hierover in zijn dagboek het volgende :

Op 28 september rukt het bataljon vooruit. Het trekt de tweede fortenlinie der versterkte plaats Antwerpen voorbij. Links, rechts, op de steenwegen en in de weiden zijn versterkingen, loopgrachten, prikkeldraadversperringen aangebracht. Na Calfort gaat de opmars, verder doorgezet door de Compagnie Grossmann naar Londerzeel over de steenweg naar St. Joseph. Ledige huizen door carabiniers bezet, voorzien van machinegeweren ; zij worden afgelost. Achter de berm die gelijklopend is met het bos wordt een voorpost ingericht en schildwachten worden uitgezet. Verkenners doen hun opzoekingen verder in de richting van de spoorweg statie Londerzeel, doch plots worden zij verrast door kogels die hun langs de oren fluiten. Hierdoor staat het vast dat de vijand de statie reeds heeft bezet en dient er strenge waakzaamheid geboden.
De nacht, door de fijne regen die neervalt, is bijzonder duister : met moeite kan men drie meter ver zien, dit maakt de verbinding tussen de posten moeilijk.

       (Comhaire L. "Oorlogsbelevenissen. Hij en anderen tijdens 1914-1918" I,p. 78-79)

Op het gehucht "Blauwenhoek" bij Londerzeel was er de "Grote Wacht 4" gevormd door de 4° Compagnie, II° Bataljon, 12-de Linie , Joseph’s eenheid, op het kaartje voorgesteld door W4/II/12L.

            

De Duitsers hielden zich schuil ten Zuiden van de spoorlijn :
Het 1° Matrozen Artillerie Regiment ( 1 M.A.R.) bij Kapelle-op-den-Bos, langs het kanaal Brussel-Willebroek, de 33-ste Ersatz Infanterie Brigade ( 33 Ers.Inf.Br.) bevond zich bij het kasteel Drietoren aan de spoorwegovergang van Ursene.
Op 29 september vallen de Duitsers aan en steken de spoorweg over :

Op 29 september 1914 is er de Duitse aanval:

                    

Rond 7 uur in de ochtend van 29 september begon de Duitse artillerie (vanaf hun stellingen op het kaartje met een ster gemerkt) de Belgische "Grote Wachten" in alle hevigheid te beschieten. De aanval van de 33-ste Ersatz Infanteriebrigade kwam vanuit Zuidelijke richting, ondersteund door zwaar artillerievuur vanuit het park van het kasteel Drietoren. Via Ursene en het station trok een deel van de Duitse 33de Ersatz Brigade richting Blauwenhoek.

Daar kwam de loopgracht van de Grote Wacht 4 van het 12de Linieregiment onder vuur te liggen. De boerderij waarop een deel van de 4de compagnie van het 2de bataljon zich had verschanst werd eveneens door obussen getroffen en schoot in brand.
Kort na 9 uur gaf commandant Grossmann zijn mannen het bevel om zich via de Provinciale Baan in kleine groepjes naar Sint-Jozef terug te trekken. Onderweg werden ze echter aan hun rechterkant geconfronteerd met de mariniers van het 1ste Matrozen Artillerie Regiment die in hun richting oprukten vanuit Neeravert ( in het veld aan de Pikstraat op een afstand van 400 m., in 3 rangen en gevolgd door hun officieren te paard) . Er volgde een vuurgevecht... Langs de Provinciale Baan, waar slechts een ondiepe gracht de vluchtende soldaten enige beschutting bood, vielen aan Belgische kant 8 doden van de 4° Compagnie van het II-de Bataljon. Een van hen was commandant Bernard Grossmann, die volgens de verklaring van één van zijn soldaten te struis gebouwd was om in de gracht dekking te kunnen vinden en van op de kassei het terugtrekken coördineerde.

Toen de Duitse mariniers om 9u45 de mannen van commandant Grossmann aan de Blauwenhoek onder vuur namen hadden ze, op Neeravert alleen, al 47 gesneuvelde of dodelijk gewonde Belgische soldaten achtergelaten. In de sector Kanaal-Blauwenhoek sneuvelden die dag 128 soldaten en officieren van het 12de Linieregiment.

Enkele soldaten van het 12-de Linie getuigen :

Des morgens om 4 à 5 uur waren de Duitsers aan het schieten met de kanons; maar rond 7 à 8 uur was het volle slag. De Duitsers kwamen af. Iedereen die uit de loopgracht stapte sneuvelde. Onze compagnie was verwoest. Commandant Grossmann en de Luitenant waren dood. Ik en alle andere mannen lagen daar om te sterven."

(Jozef Van den Haute, soldaat bij het 12de Linieregiment, gewond te Neeravert en krijgsgevangen weggevoerd naar Duitsland)

"Bij het gloren van de ochtend komt mijn kameraad, estafette Laruelle, ons helemaal buiten adem,smeken om onze kompanen ter hulp te snellen. Te laat helaas. Al mijn vrienden waren op het slagveld gebleven. Beide pelotons waren gedecimeerd. Wat een verschrikkelijke slachting! De volgende dag werd er appel gehouden voor wat er nog overschoot van mijn compagnie. Het was een complete ramp. Ik durf het getal van hen die achtergebleven zijn haast niet te noemen. Allemaal kameraden. Al mijn vrienden van de klas van 1913...Dat was in Londerzeel Sint-Jozef."

(Michel Monteyne, korporaal-klaroen 12de Linie , 1ste bataljon, 2e compagnie)

"Nooit, zelfs niet tijdens de slag aan de IJzer,hoorden we nog zoveel kogels om onze oren fluiten."

(Kapitein-commandant Labeau, 12de Linie, 1ste Bataljon, 3de compagnie)

naar Boven