De elektrische hoogspanningsdraad of " Dodendraad " die vanaf 1915 door de Duitse bezetter langs de grens tussen België en Nederland werd opgericht, speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van de familie HENS.

Dochter Bertha Hens getuigt : "Ons moe was twee maanden zwanger toen ons Ba naar de oorlog vertrok. Zeven maanden later werd ons Lieseke geboren".
Elisabeth Hens of "Lieseke", hun derde kindje , werd geboren op 19 februari 1915, wanneer Joseph reeds meer dan 6 maanden weg was naar het front.

                                             

Bovenstaande foto van Stefanie met haar gezin dateert uit midden 1916, toen Lieseke bijna anderhalf jaar oud was. Links zien we zoontje Jos, rechts dochtertje Mia en in het midden Lieseke. Uiterst speciaal aan deze foto is dat in de rechterbovenhoek de foto is geplaatst die Joseph eind 1915 naar huis stuurde - zie hoger op de pagina "naar de Genie", fotostudio De Panne. De bedoeling ervan is duidelijk : Joseph is aanwezig, "wij denken aan jou, jij blijft de behoeder, de beschermer van de familie".
Een bijzonder geslaagd photoshop-exploot van de fotograaf is dit zeker - dit is 1916 ! , we vonden ook de originele foto terug : zie ....Photoshop uit 1916 ) ( De foto's werden waarschijnlijk gemaakt bij een fotograaf uit Mol want hetzelfde portretdecor met bankje uit boomschors vonden we op meerdere foto's van families in de Erfgoedbank van Mol terug.)

Met deze foto was het voor Joseph aan het IJzerfront de eerste (en de énige ) keer dat hij zijn dochtertje Elisabeth zag, want :

"Lieseke werd ziek, kreeg erge diarree, en ze moesten ze rijstwater geven - maar 't ging niet over - en na twee dagen rijstwater was er bloed bij - en 't was te laat." (getuigenis van dochter Bertha Hens).

Totaal verzwakt door dysenterie stierf Lieseke op 23 september 1916 , amper anderhalf jaar oud.
                                                                                                                     Zie....graf van Elisabeth Hens


Joseph heeft zijn dochtertje dus nooit gezien, aan het IJzerfront moet hij over haar dood zelfs zeer laat na de datum zijn ingelicht.
Alle briefwisseling van en naar soldaten aan het IJzerfront moest immers door "passeurs" over de elektrische draadversperring worden gesmokkeld naar het onbezette "Holland" - en via Vlissingen en per boot naar Engeland- en van daar terug naar het Belgische IJzerfront.
Het hieronder getoonde "doodsbeeldeke" dat zijn vrouw Stephanie Vanhoof naar hem probeerde te sturen, werd immers onderschept toen de passeur aan de dodendraad door de Duitsers werd beschoten. Het flesje , waarin het prentje zat om over "de vaart" en over de dodendraad gesmokkeld te worden, moest worden weggeworpen en werd door de Duitsers gevonden...

                                  

Met dit prentje in handen was het voor de Duitse bezetter een klein kunstje om vrouw "Vanhoof" op te sporen op de Rozenberg en, omdat ze de uitgesproken hoge boete niet kon betalen , werd Stefanie samen met haar twee kinderen Mia (bijna 5 jaar) en Jos (3 jaar oud) voor 4 dagen opgesloten in de gevangenis van Turnhout en,

volgens de getuigenis van dochter Bertha dat moeder Stefanie haar altijd vertelde " op water en brood ..."


( In het "Algemeen Overzicht der Gebeurtenissen",nn, 1919,Mol, staat deze straf vermeld onder nr. 104 : "Van Hoof" - Huishoudster - 4 dagen - Gevangenis Turnhout - Briefwisseling man".)

De Dodendraad - Vergeten Geschiedenis ?

Wanneer men vandaag in Mol of omstreken vraagt waar "Den droad" liep, dan zal men uiterst zelden meer uitleg krijgen. Men kijkt je dan verwonderd aan, en men zal met moeite geloven dat er pas honderd jaar geleden een "ijzeren gordijn" in hun streek bestond.

De ligging van Mol als grensgemeente met Nederland (dat niet in de oorlog betrokken was) had in 1914-1918 een bijzondere betekenis. Er was vanaf het begin van de oorlog sluikverkeer van goederen en mensen van en naar "Holland" oa. vrijwilligers om het Belgisch leger te vervoegen, werkweigeraars aan de Duitse bezetter, vluchtelingen, smokkelaars, spionnen. Ook alle briefwisseling van en naar Belgische soldaten aan het front moest langs deze weg gebeuren : brieven werden over de grens "gepasseerd" naar Nederland, gingen via Vlissingen naar Engeland - en van daar naar het IJzerfront. Door zijn ligging was Mol de gemeente bij uitstek om post en ondergedoken mensen over de grens te brengen. Gelegen dicht bij de grens, met uitgestrekte bossen en heidevelden, aan het kruispunt van 2 kanalen (Sas 4) , en met een volhardende anti-Duitsgezinde bevolking met energieke Kempische volksaard. Vanaf het begin van de oorlog werden mensen "overgedaan". Met een vlot, dikwijls gewoon een houten schuurpoort, "voeren" ze over het kanaal. Maar de grensbewaking werd strenger : de vaart en het stuk aan Sas 3 werd 's nachts met schijnwerpers verlicht. Het militair toezicht werd uiterst scherp en de plannen werden concreet om een elektrische hoogspanningsdraad uit te bouwen die de ganse grens met Nederland zou afsluiten.

1915 : De aanleg van de elektrische draadversperring

                    

            Originele foto van Duitse soldaten bij het bouwen van een draadversperring ergens te velde.     
            De dubbele rij palen (een rij op de voorgrond en een rij achter de officier links) kunnen ons doen denken            dat het hier misschien de Dodendraad betreft. Enkele soldaten in uniform, de meeste in werkplunje,
            poseren met hun kniptangen, bijlen en mokerhamers.
            Aan de linkse kant van de foto staat er een officier die toekijkt.             (Foto privé collectie C. Hens)

De versperring van zo'n 300 km lang liep vanaf de Noordzee en door de schorren, over de Schelde naar de Maas. Ten noorden van Mol ging het over Ravels (bij Turnhout), Postel, Lommel, naar Achel (abdij "De Kluis") en het drielandenpunt bij Aken (Sippenaeken). In Juli 1915 was "de draad" al tot in Postel opgericht. In de streek van Mol liep de draad achter het "kanaal naar Turnhout" (kanaal Dessel-Schoten), en achter het "kanaal naar Luik" (het Kempisch Kanaal).

2000 Volt ...

De versperring bestond uit drie parallele draadversperringen op 2 meter van elkaar gelegen, de twee buitenste uit 5 of 6 prikkeldraden, de middelste draadversperring onder stroom van 1500 tot 2000 Volt wisselspanning. Deze "dodendraad" was tot 2 meter hoog - bestond uit 5 tot soms 10 koperen draden die op 30 cm van elkaar over wit porseleinen isolatoren aan de palen waren vastgemaakt. Vanop een hogere paal, om de 50 meter, werd de elektriciteit aangevoerd naar de versperring. Aan de Belgische kant was er een patrouillepad. Om de 1000 m waren Duitse schildwachthuisjes uit hout gebouwd, met signaallampen en schijnwerpers.

                    

                    

            Eigentijdse tekening (1918) van de dodendraad, gemaakt door een Duitse soldaat met als naam Müller.    
            Op de achterzijde van deze kaart staat geschreven, vertaald uit het Duits :
           "Een vriend van mij tekende deze kaart, juist zoals het er hier uitziet. We patrouilleren hier langs deze            draad, dag en nacht, gedurende 6 tot 8 uur. Waar de soldaat staat is het België, aan de andere kant van             de draad is het Holland."                                  (met toelating uit de collectie Drakegoodman op Flickr.com)

De lampen begonnen te branden wanneer er een kortsluiting was of wanneer de draad werd doorgeknipt. De minste aanraking met de draad was fataal. De mensen van toen hadden niet de minste ervaring met elektriciteit, zodat de meeste slachtoffers in de beginmaanden na de oprichting van de versperring te betreuren vielen. Toch vond men oplossingen om de draad te "passeren" : men kon de draad gewoon doorknippen met tangen voorzien van gummi isolerende handvaten - niet zonder risico, omdat men niet wist welke draad onder stroom stond en de Duitsers, verwittigd door hun signaallampen, onmiddellijk langsheen de versperring begonnen te schieten bij onraad. Een veiligere methode was de draden uit elkaar te spannen met een houten plooikader dat met rubber geïsoleerd was, ofwel plaatste men een goed droog houten tonnetje tussen de draden en kroop erdoor.

                

De "Passeurs"

Er waren in de streek van Mol verschillende echte specialisten die mensen over de grens brachten : duizenden kilo's briefwisseling van en naar het front, en tienduizenden mensen werden over de grens naar het onbezette "Holland" geholpen. Deze "passeurs" waren buitengewone mensen : ze kenden de streek als hun broekzak - alle kleine veldweggetjes, paadjes door de bossen, over de heide , door vennen en moerassen, en bijna altijd 's nachts in het pikdonker - waren voor hen geenenkel probleem. Hier was de Duitse bezetter helemaal niet in thuis, en de passeur was voor hem een constante zorg en een bedreiging.
Namen vernoemen van heldhaftige passeurs uit Mol doet geweld aan de verdienste van deze die niet worden genoemd.
Toch maken wij hier één uitzondering omdat hij, net als Joseph, ook van de "Rozenberg" was (ze woonden slechts een paar honderd meter van elkaar) en ze elkaar héél goed hebben gekend :

"Den Bot" : Jef Vermeylen (1868 - 1955)

                    

Ook nu nog, na meer dan 100 jaar, kunnen in de streek ten Noorden van Mol relicten van de dodendraad worden gezien of gevonden. Wanneer men in de grensstreek de plaatsen opzoekt waar de Draad liep, bemerkt men in het landschap soms lange vrijgemaakte stukken die nadien niet opnieuw beplant werden, of vindt men op die plaatsen bij nauwkeurig zoeken nog scherven van de witte porseleinen isolatoren. Zo ziet men op een recente foto een typische plaats in Lommel : "De Watering" - Vloeiweiden, aangeduid op de originele Duitse kaart met een rood kruisje .

                              

                                                       Dit type van kleine porseleinen isolator werd vooral in de Noorderkempen gebruikt.
            Na de oorlog werden ze vaak gerecupereerd door de boeren van de streek voor het afbakenen van hun            weiden. Soms kan men bij nauwkeurig zoeken op de plaatsen waar de Dodendraad liep nog            scherven terugvinden.                                                                         (privé verzameling C. Hens)

                              

In dit landschap liep "de dodendraad" . Dezelfde angstwekkende sfeer kan hier nog echt aangevoeld worden zoals hij 100 jaar geleden was.

naar Boven