De brug van Visé

Het II° Bataljon (circa 400 man) stond onder bevel van Maj. Charles Collyns. De 4° Compagnie werd aangevoerd door Kapitein Claude.
De mémoires van Majoor Charles Collyns geven een goed beeld van de gevechten waarin de 4° Compagnie aan de brug over de Maas te Visé betrokken was.

In de nacht van 1 op 2 augustus 1914 wordt door Luitenant Géneraal Leman, bevelhebber van de Versterkte Vesting van Luik, bevolen dat het II° Bataljon van het 12-de Linie de bruggen van Visé en Argenteau zal verdedigen.
Het bataljon, bestaande uit 4 Compagnies, en 400 man sterk, vertrekt naar Visé waar ze om 7.00 uur 's morgens aankomen.

Op 2 augustus wordt de verdediging georganiseerd :
- één compagnie bezet de brug van Visé (de 4° Compagnie)
- één compagnie de brug van Argenteau
- een peloton bij de doorwaadbare plaats van Lixhe, 10 kilometer naar het Noorden
- voorposten op de rechteroever om verkenningspatrouilles uit te voeren richting grens
- de rest van het bataljon in reserve te Haccourt.

                                                   

De volgende dag, 3 augustus, komt het bevel de rechteroever te versperren en de bruggen over de Maas op te blazen. De eerste poging om de bruggen op te blazen mislukt. De tweede poging om, 18.00 uur laat beide bruggen springen.
De ontploffing onderbreekt echter ook alle telefooncommunicatie tussen het II° Bataljon en de legerleiding in Luik.
Maj.Collyns besluit zijn stellingen te verdedigen en blijft ter plaatse.

                    

De ochtend van 4 augustus wordt de verdediging versterkt : de huizen die uitgeven op de brug (de witte huizen op bovenstaande foto) worden door de Belgen ingenomen om van daaruit de overkant te kunnen bestoken.
Om 13.00 uur verschijnen er Duitse huzaren en wanneer deze de brug oprijden wordt op hen het vuur geopend. Een vuurgevecht onstaat met Duitse infanteristen die zich eveneens verschanst hebben op de andere oever.
Onder dit kruisvuur sneuvelen om 14.00 u. Louis Maulus en Prosper Van Gastel, beiden van de 4° Compagnie, aan de brug "Devant-le-Pont" te Visé.
(In vele publicaties wordt als eerste militaire slachtoffer in Belgie Antoine Fonck opgegeven, geboren te Verviers, en behorend tot het 2e regiment Lansiers. Hij komt op de ochtend van 4 augustus rond 11.00 uur tegenover de vijand te staan in het dorpje Thimister-Clermont op de N3-weg "Chaussée Charlemagne". Hij sneuvelt onder vijandelijk vuur van generaal Otto von Emmich, op weg naar zijn doel Luik.)
Het heeft helemaal geen zin discussie te voeren over wie nu de eerste Belgische soldaat was die sneuvelde. De plaatselijke Haakbusschuttersgilde "Les Arquebusiers de Visé" maakt een zeer mooi compromis wanneer ze op hen op hun website roemen als de eerste vlamingen die sneuvelden : (ArquebusierVisé)
"Deux flamands venus mourir en terre wallonne pour que vive la Belgique.

Dan komt de Duitse artillerie in actie : vanop nabij gelegen heuvels op de rechteroever wordt het II° bataljon bestookt en de beschutting die de huizen bieden wordt verwoest.
Rond 16.30 u. trekt het II° bataljon achteruit, terwijl het geschut van de Belgische forten de Maasvallei onder schot blijft houden.
Zo proberen de Duitsers, met de gedwongen hulp van burgers en boeren, tot vier keer toe een pontonbrug aan te leggen, die vier keer aan flarden wordt geschoten door de kanonnen van fort Pontisse en fort Barchon, ondersteund door de manschappen van Kapitein Claude ( 4° Compagnie) die vanuit de heuvels aan de overkant van de Maas hevig vuren. Zo ver mogelijk verwijderd van de kanonnen van het noordelijkste Luikse fort Pontisse slagen de Duitsers er dan toch in een noodbrug over de Maas te bouwen (te Lixhe, bij het dorp Moelingen).

                    


Over deze pontonbrug zullen vanaf 5 augustus 1914 duizenden Duitse soldaten met hun kanonnen de overkant van de Maas bereiken om vervolgens de Luikse forten ook vanuit het NoordOosten te kunnen aanvallen.

                      

De Duitse overmacht aan artillerie en aan troepen drijft de Belgische verdedigingslinies tussen de forten en de vestingstroepen achteruit. Op bevel van Generaal Leman trekt de 3° Legerdivisie zich, samen met de vestingstroepen, terug tot in de driehoek gevormd door Ans - Loncin - Hollogne, later richting Antwerpen.

                                                                                                                                                                                                                  TERUG