de terugtrekking naar de IJzer ....

Na de gevechten en de zware verliezen te Londerzeel-St Jozef is het 12° Linie van Joseph Hens genoodzaakt zich terug te trekken naar de fortenlinie van de Antwerpse verdediging - tot buiten het bereik van de vijandelijke artillerie.
Op 30 september is er voor zijn regiment te Kalfort een hergroepering en rust.

In de periode die volgt wordt hen opgedragen loopgraven en versterkingen aan te brengen te Kalfort, Willebroek, Ruisbroek en Boom. Na enkele dagen rust te Puurs gaat het naar Temse waar van alle kanten het terugtrekkende Belgisch leger samenstroomt om daar de Schelde over te steken (Temsebrug) ,richting Gent.
Op 7 oktober om 04.00 u 's morgens, na een nacht in de zeepziederij van Temse , wordt het 12° Linie verzameld om naar het westen te trekken.

Louis Comhaire beschrijft deze gebeurtenissen in zijn dagboek :

Te 18.00 uur stond het regiment gereed voor de aftocht over Gent ; inmiddels trekken voortdurend legereenheden door de gemeente.
Daar klinkt het bevel : "Te wapen".
Op hetzelfde ogenblik, het is 18.30 uur, heeft er een geweldige ontploffing plaats : de brug van Temse over de Schelde , is door de genietroepen opgeblazen. Om 18.30 uur moest de laatste soldaat van het veldleger voorbij zijn, en de aftocht gedekt.
Hierdoor zal de vijand zich gestuit gevoelen bij zijn opmars. De laatste legereenheden hebben nu ook Temse verlaten en enkel een achterwacht blijft ter plaatse, taak die aan het 12° Linieregiment wordt opgedragen. Het is 21.00 uur als het bevel wordt gegeven de aftrekkende troepen te volgen. In het duister over de steenweg, trekt de troep verder in de richting van Lokeren.
Hierdoor is Antwerpen verlaten en aan de vijand overgeleverd.

       (Comhaire L. "Oorlogsbelevenissen. Hij en anderen tijdens 1914-1918" Deel I, p.91)

In lange rijen trekt de compagnie van Joseph in de nacht van 7 op 8 oktober te voet langs de spoorweg richting Lokeren, waar ze om 05.00 uur 's morgens uitgeput aankomen. De Duitsers zijn echter op 8 oktober ook reeds dicht bij Lokeren, zodat van veel rust geen sprake is.
Van Lokeren gaat het richting Gent, achtervolgd door de Duitse artilleriebeschietingen. Ze komen aan te Oostakker waar de Compagnie II/4 van commandant Hardy de wacht wordt opgedragen. Lang duurt dit echter ook niet, want ze moeten verder : om 23.00 uur komt er het bevel de aftocht verder te zetten . Na 5 uur marcheren komen ze op
9 oktober om 4 uur 's morgens te Drongen aan.

Niemand beter dan Louis Comhaire kan deze tocht naar werkelijkheid beschrijven :

Stap na stap gaan ze verder, de helden van Luik, Namen, Antwerpen , Haecht, als een kudde vee naar het onbekende.
In het duister van de nacht slenteren zij steeds zonder enige rust vooruit. Uur na uur worden kilometers afgelegd en weer herhalen zich de tonelen van vermoeienis en afmatting, van slaperigheid en inzinking. Weer stappen zij zwijmelend en zwijgend met zwaar beladen, gekromde ruggen, als dwangarbeiders langs de eindeloze slechte wegen.
Tijdens de terugtrekkende beweging worden hier en daar Engelse of Franse eenheden opgemerkt, die in de omstreken van Gent gekantonneerd zijn. De bijzonderste wegen en bruggen worden door hen bewaakt. Bij het zien der vreemde strijdkrachten, die nochtans weinig in getal zijn, stijgt de moraal der Belgische troepen, die nu hopen dat weldra verandering zal komen in de strijd om het vaderland.
Na vijf uur onverpoosd te hebben gemarcheerd komt het regiment omstreeks 4 uur des morgens te Drongen aan.

       (Comhaire L.,op.cit., Deel I, p.99)

Het station van Drongen dient als vertrekpunt om het Belgische leger naar de kuststreek te vervoeren. De ene na de andere compagnie van Joseph's bataljon vertrekt op
9 oktober richting IJzervlakte.

zij liggen, de eene naast de andere, dicht bijeen gehurkt, in personen, vracht of beestenwagons, ingeslapen door de bovenmenselijke krachtinspanningen der laatste dagen;
De trein ging traag vooruit, het rijden was onregelmatig, soms werd halt gehouden midden de velden, één, twee uur om na een poosje verder te rijden, weer tot stilstand te komen.
Het ging in de richting van de zee, bij een lekker zonnig weertje, die de moraal der troepen hoog hield en lang duurde het niet of soldatenliederen klonken door de lucht. Na twaalf uur in de verschillende wagons te hebben doorgebracht, komt de trein in de namiddag omstreeks 16.30 uur te Nieuwpoort aan.

       (Comhaire L.,op.cit.,Deel I, p.100)

Nieuwpoort is voor de uitgeputte soldaten van de 4° Compagnie een verademing :
de zee, de zon (het is mooi weer), de rust, het kampement in de leegstaande villa's van Nieuwpoort of in de school van Nieuwpoort valt ook best nog wel mee - enkele soldaten profiteren er van om zelfs een uitstapje te maken naar Oostende ...
Lang zal de ontspanning echter niet duren want spoedig komt het bevel op te trekken richting Diksmuide. De soldaten hebben er wel goede moed in, want Louis Comhaire schrijft nu in zijn dagboek :

Door de frisse vlaamse morgenlucht waren de neusgaten gauw gezuiverd van de onwelriekende visstank. Na de bekomen rust zijn de soldaten weer flink te been, de stap is gezwind en menigmaal klinkt een lied over de velden.

       (Comhaire L.,op.cit., Deel I, p.103)

Over Leke komen de soldaten aan in Keiem, waar kampement wordt gevonden op een hooizolder van een van de leegstaande hoeven. Dan gaat het na een dag rust te Pervijze, het is dan 14 oktober, verder naar Diksmuide, waar de 4° Compagnie kantonnement neemt in de kerk ( 14 /15 oktober) .

Honger mag bij deze Belgische troepen in de aftocht naar de IJzer als een probleem worden vermeld. De veldkeukens konden niet volgen, de bevoorrading liep ook helemaal mank, iedereen was dagenlang aangewezen op zijn rantsoen van droge beschuit en water ... In de dagboeken van de soldaten is het zoeken naar voedsel, het feest wanneer er iets eetbaars wordt gevonden in de leegstaande hoeven (een kip, een varken) en de toestanden daarrond, een belangrijk gegeven waaraan dikwijls hele bladzijden worden gewijd. Zo ook Comhaire die de toestand in Diksmuide, juist voor de slag om Diksmuide, treffend beschrijft :

De stad is sinds enige dagen de toeloop van duizenden en duizenden soldaten, die in aftocht de stad doortrekken, en beroofd van de regelmatige voedselbedeling hier hun aankopen hebben gedaan. Geen brood, geen vlees of gelijk welke eetwaar is nog te bekomen, met honderden lopen de soldaten hier steeds rond, om hun hongerige magen proberen te vullen.

       (Comhaire L.,op.cit., Deel I, p.106)

Op 16 oktober bevindt het 12°Linie, II°Bataljon, 4°Compagnie van Joseph zich te
Lampernisse en krijgt het bevel om op te trekken naar Diksmuide om , samen met de Franse Marine-Fuseliers, de stad te verdedigen tegen de oprukkende Duitse troepen.
De Slag om Diksmuide zal beginnen.

naar Boven