aan de IJzer

Na de slag om Diksmuide en de geslaagde onderwaterzetting van de IJzervlakte op 27, 28 en in de nacht van 29 oktober begint de stellingoorlog. Op 10 november 1914 bezetten de Duitsers Diksmuide, maar twee dagen later begint het te sneeuwen, en beide legers graven zich in. Het front zit muurvast en voorlopig betekent dit een stilstand van de strijd .

Van 8 december 1914 tot 13 april 1916 zal de 3-de Legerdivisie de zeer gevaarlijke sector ten Noorden van Diksmuide ( meer bepaald Pervijze - Oostkerke) verdedigen.
De verschillende regimenten van het 9-de, 11-de, het 12° Linie , 14-de Linie en 1° en 4° Jagers te voet houden de wacht volgens een rotatiesysteem.

Het 12° Linie van Joseph is als eerste aan de beurt : van 8 december 1914 tot 3 maart 1915 verdedigen zij de ondersector Oostkerke. Hier liggen de Belgische voorposten het dichts bij de Duitse linies (Ligne des sacs, hoeve de Rode Poort, Reigersvliet) . Het is de eerste verdedigingslijn van de Belgische frontlinie.

Onderstaande foto dateert van na deze periode, tijdens hun rust in de zomer van 1915.
Soldaten van het 12-de Linie , met het nummer 12 op hun kepie ( nieuw kaki model 1915) tonen een bord met als opschrift " De Vereenigde Mollenaren - IJzer 1914 - 1915 ".
Het zijn allemaal strijdmakkers van het 12-de Linie afkomstig uit Mol, Joseph 's geboortedorp.

                 ( Foto Gemeentearchief Mol - vzw Molse Kamer voor Heemkunde)

Helemaal links staat Joseph , als enige van de groep draagt hij geen kepie met de "12", maar heeft hij een pet met vooraan twee knopen : de "IJzerkepie". Ook zijn kledij is anders, zijn tenue is donkerder (blauw ?) gekleurd dan die van de anderen.
De verklaring hiervoor is dat hij op 1 april 1915 de mutatie maakte van het 12-de Linie naar het regiment Génie van de 3-de Legerafdeling. Dit betekende een ommekeer in zijn soldatenleven : werken werd aan het front zijn hoofdtaak.
Korp.Comhaire van zijn 4° Compagnie schrijft hierover :

De oudere klassen van 1905 te beginnen was de zogenaamde "forteresse". Volgens de militaire wetten waren de mannen van de forteresse te oud om in de vuurlijn te staan, alhoewel de jongsten
29 jaar telden.
Na de slag om de IJzer was hun taak, als strijder, afgedaan en stonden zij tewerk gesteld om de wegen achter de frontlijn op te knappen of langs de zeekust het duinzand te scheppen om gebruikt te worden door de genie om betonnen schuilplaatsen te maken.
Een spuiter zei dat zij de duinen gingen verplaatsen naar de IJzer, en de Walen noemden de mannen van de forteresse "l'vi paltot".

       (L.Comhaire,"Oorlogsbelevenissen.Hij en anderen tijdens 1914-1918",Deel II,p.141,142)

( " l'vi paltot" = Waalse carnavalgroep - omdat de soldaten van de forteresse , gekleed half militair, half burger, nogal erg geleken op een carnavalgroep. Nochtans was dit ook het geval met de andere IJzersoldaten, maar "met hun wapen en ranseluitrusting hadden zij toch nog iets weg van een krijger" zegt Louis Comhaire in zijn dagboek.)

werken ...

Joseph was van de militieklas 1905, dus bij de "jongsten" van de Forteresse , en als kloekgebouwde Kempenzoon wist hij wat werken was ...
Dat zal ook opgevallen zijn bij de legerleiding want op 1 april 1915 krijgt hij zijn mutatie naar de Génie van de 3-de Legerafdeling.
Vanaf nu heeft hij een schop en een houweel in de plaats van een geweer om zijn werk uit te voeren. Het wordt er niet minder gevaarlijk op : aanleggen en uitdiepen van loopgraven en abris, prikkeldraadversperringen, loopplankpaadjes, herstellingen uitvoeren aan stellingen - en dit allemaal meestal 's nachts om niet gezien te worden...

naar Boven