oorlog in MOL

Op 31 juli 1914 werd de algemene mobilisatie in Mol afgekondigd.

Edmond Van Eynde beschrijft het in zijn oorlogsdagboek aldus :

"Rond elf ure 's avonds klonk eensklaps de noodklok, en zond hare akelige toonen over dorp en veld. Met een kloppend hart vroeg ieder zich af, wat mag dit beteekenen, en men zegde in zich zelve, op brand moet men niet denken, want de pompiers geven het noodsein met de klaroen. Menig burger was reeds te ruste begeven. Bij de eerste galmen der noodklok, was men te been, trok het venster en deur open, om zich te overtuigen van het gebeurte. Menige liepen reeds door de straat en riepen malkander toe : "De gansche mobilisatie moet plaats hebben". Ouders, broeders en zusters, liepen half gekleed naar het gemeentehuis , om met eigen oogen te vernemen het droevig nieuws, die men hen zoo akelig en droevig had aangekondigd. Van alle kanten kwam men daar toegestroomt tot 's morgens vroeg naar inlichtingen, om de juiste waarheid van het gebeurte te vernemen.

In het "Algemeen Overzicht der Gebeurtenissen - Gemeente Mol - H.2.2.Rapport aan de gouverneur - Gemeente Mol - H.1 - Krijgsverrichtingen" wordt de mobilisatie te Mol als een vlotlopende gebeurtenis vermeld:

"Den 31 ste Juli 1914 kondigde het klokkengelui om 11 uur 's nachts de mobilisatie aan der klassen van 1901 tot en met 1909, alsook die van 1913. De voorgeschreven plakkaten en de vaandels op den toren, aan het gemeentehuis, de openbare gebouwen en aan de grensscheiding van Holland, kondigden verder het binnenroepen der verdedigers aan. De bestelling der oproepingsbevelen werd zoodanig ingericht, dat, ondanks de uitgestrektheid der gemeente, dezelfde op 1 ste augustus voor 2 uur 's morgens overhandigd werden. Reeds met den eersten trein vertrokken er militairen; allen waren 's middags vertrokken. Ze reisden af vol moed en schenen allen bereid hunnen plicht dapper te kwijten."

Aan de moed van de opgeroepen soldaten durven we niet twijfelen, toch hebben we moeite met de woorden die aalmoezenier Karel Helsen in zijn oorlogsdagboek over deze mobilisatie te Mol schrijft :

"Het volk komt in de straten bijeen; de sluimerende vaderlandsliefde ontwaakt. Allen zien betrouwvol de gebeurtenissen te gemoet."

De geschiedenis schetst dikwijls het beeld dat bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog mensen samentroepten op de voornaamste plaatsen van de dorpen en de steden en dat er spontane uitingen van vreugde ontstonden. Wij denken dat dit laatste niet altijd strookte met de werkelijkheid, want de dreiging van de nakende oorlog en het uitbreken op 4 augustus wierp zeker een donkere schaduw over de gemeenschap. Wanneer de plaatselijke veldwachter het marsorder persoonlijk kwam afgeven was menig jongeman zeker diep ongelukkig dat hij naar de oorlog moest vertrekken ...

Joseph vertrekt naar de oorlog ...

Hij neemt op 1 augustus 's morgens de trein vanuit Mol om zijn eenheid in Luik te vervoegen.
Soldaat Eduard Vanautgaerden omschrijft de aankomst zó in een brief aan zijn ouders :
("Vrienden van Flanders Field", Flash nr.22)

Ik weet het is droevig doch wat willen wij doen, wij zijn niet alleen. Dat God over ons lot beschikke.
Voor wie het nog droeviger is, het zijn de mannen die reeds 10 tot 12 jaar van den troep af zijn en vaders van families want er zijn er hier verschillende met drie of meer kinderen...

naar Boven