Zijn Wereldoorlog 1914-1918

Een man van negenentwintig jaar, getrouwd en vader van twee kinderen, met een vrouw in verwachting van het derde , moet naar de oorlog...
Wat voor de meeste jongere mannen in het begin een soort picknick lijkt , een soort "blijde kruisvaart" schrijft Fritz Francken, betekent voor Joseph Hens een zware opgave : vrouw en kinderen moeten achterlaten, wie weet voor hoelang en in onzekere omstandigheden.
Nog maar heel even heeft hij van het warme familieleven geproefd, of hij zal nu terechtkomen in een wereld van verschrikking , honger en koude lijden in de modder van de Westhoek, bevelen moeten gehoorzamen in een taal die hij niet verstaat, zich met de primitiefste middelen moeten behelpen, angst doorstaan, gas inademen, kameraden zien sterven, zelf gekwetst worden.

Na vier jaar ontberingen zal hij naar zijn familie terugkeren als een man met een slechte gezondheid, lichamelijk lijdend door zijn opgelopen kwetsuur, met een wrok naar alles wat Duits is en een hekel aan gezag. Het weerzien met zijn vrouw Stefanie was na 4 jaar zeker aangrijpend, voor zijn kinderen bevreemdend : voor Mia (bijna 7 jaar), en voor Jos (pas 5 jaar geworden) waren na al die jaren hun vroegste herinneringen zeker vervaagd en blijkt plots die vreemde man hun vader te zijn ...